Maaibeleid

De gemeente maait het hele jaar door op gezette tijden de gazons, bermen en taluds en verrichten maaiwerkzaamheden in de buitengebieden.

Natuurlijk beheer

Op de bermen en taluds in de gemeente wordt natuurlijk beheer toegepast. Dit houdt in dat er geen chemische middelen en kunstmeststoffen gebruikt worden. Gevolg van dit beheer is dat de bermen slechts één à twee keer per jaar worden gemaaid. Zowel bij de aanleg als bij het beheer wordt gelet op de ontwikkeling van de bloemen in de bermen. Daarom worden op nieuwe bermen meestal bloemen mee ingezaaid. 

Tijdens het maaien worden sommige bermen of delen ervan (bijvoorbeeld rondom bomen of palen) bewust niet gemaaid. Vooral insecten hebben hier baat bij, zij vinden hier voedsel en schuilgelegenheid. Vlinders bezoeken de bloemen om nectar en stuifmeel te halen.

Maaien van wilde bloemen

Op verschillende plekken zoals in parken staan zones met wilde bloemen (bloemrijk grasland). Deze zones worden na de zomer, wanneer de meeste bloemen zijn uitgebloeid, gemaaid. Na een aantal dagen wordt het maaisel afgeharkt en opgeruimd. Op die manier laten de dode bloemen hun zaad achter. Dit zorgt ervoor dat er het opvolgende jaar weer een mooi beeld ontstaat met nieuwe bloemen. Door vroeg na de bloei te maaien ontstaat er ook nog hergroei zodat deze gebieden fraai de winter in gaan.

Soms wordt een bloemenstrook in gedeeltes gemaaid. Dit heet gefaseerd maaien. Hierbij laten we het mooiste bloeiende gedeelte nog staan om zo nog een gunstige leefomgeving te houden voor insecten. Bovendien blijft er dan nog een fraai aanzicht over.

Omdat in het najaar we vaak te maken hebben met veel neerslag wordt er een planning gemaakt zodat er zo weinig mogelijk schade tijdens het maaien ontstaat. Denk aan spoorvorming en verdichting van de grond. Hier wordt een weloverwogen keuze in gemaakt.