Artikel 1. Begripsbepalingen
Deze verordening verstaat onder:
a. monument:
1. zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;
2. terrein of water dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1;
3. complex van zaken en/of terreinen en wateren, dat van belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde en wegens de samenhang tussen de zaken, terreinen en/of wateren;
b. beschermd gemeentelijk monument: onroerend monument, als bedoeld onder a, dat overeenkomstig de bepalingen van de Erfgoedverordening Langedijk 2009 als zodanig is aangewezen, geen monument betreffende dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland;
c. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig de Erfgoedverordening Langedijk 2009 aangewezen beschermde gemeentelijke monumenten;
d. beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;
e. stads- of dorpsgezicht: de waardevolle verschijningsvorm van een gebied, in zijn stedenbouwkundige en architectonische samenhang, zoals deze wordt gevormd door groepen van zaken, hieronder begrepen bomen, wegen, straten, dijken, bruggen, vaarten, sloten en andere wateren, die met één of meer monumenten een beeld vormen, dat van algemeen belang is wegens de schoonheid of het eigen karakter van het geheel;
f. beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht: stads- of dorpsgezichten, die overeenkomstig de bepalingen van de Erfgoedverordening Langedijk 2009 zijn aangewezen als beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezichten;
g. beeldbepalend pand: pand dat in een bestemmingsplan voor een beschermd gemeentelijk dorpsgezicht als zodanig is aangemerkt en dat, naast de beschermde monumenten in het als zodanig aangewezen gebied, als referentie dient voor het waardevol geachte beeld van de bebouwing in het dorpsgezicht;
h. karakteristiek pand: pand dat in een bestemmingsplan als zodanig is aangemerkt en dat van cultuurhistorische waarde wordt geacht op grond van typering, architectuur, landschappelijke en/of stedenbouwkundige situering, beeldbepalende onderdelen, bijzondere vormgeving, bijdrage aan herkenbaarheid van de omgeving en/of gaafheid;
i. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Langedijk;
j. erfgoedverordening: Erfgoedverordening Langedijk 2009
k. commissie: de door de raad ingestelde Erfgoedcommissie van de gemeente Langedijk, op grond van artikel 15 van de Monumentenwet 1988.