Artikel 37. Verboden handelingen
1. Onverminderd het bepaalde in de Algemene Plaatselijke Verordening Langedijk is het verboden vloeistoffen, uitgezonderd water en huishoudelijk afvalwater en voorwerpen of zelfstandigheden welke dan ook, over boord of van de wal in het water te werpen, te laten vallen, te pompen of te laten vloeien.
2. Het gestelde in lid 1 is niet van toepassing op lozingen waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren is vereist en is verleend.
3. De schipper van een schip is verplicht:
a. zodanige maatregelen te nemen, dat het te water geraken van de in lid 1 bedoelde vloeistoffen, voorwerpen of zelfstandigheden, wordt voorkomen;
b. onmiddellijk na het desondanks te water geraken van de in lid 1 bedoelde vloeistoffen, voorwerpen of zelfstandigheden daarvan kennis te geven aan de havenbeheerders en er zorg voor te dragen, dat deze vloeistoffen, voorwerpen of zelfstandigheden onmiddellijk of, bij gebreke van dien, binnen de door of namens burgemeester en wethouders te bepalen tijd uit de haven worden verwijderd.
4. Het is verboden door laden en lossen van een schip door stof, stank of anderszins jegens personen, dieren, goederen of schepen, schade of overlast te veroorzaken.
5. Het is verboden in de haven aan boord van een schip open vuur te stoken, vuurkorven te gebruiken of gerechten op open vuur te roosteren.
6. Het is verboden aan boord van een schip roet te blazen.
7. Het is verboden rook, gassen, stoom of heet water op zodanige plaats of op zodanige wijze uit een schip te laten ontsnappen, dat daardoor gevaar, hinder of schade kan ontstaan voor personen, dieren, goederen of vaartuigen. 8. Het is verboden, tenzij met toestemming door of namens burgemeester en wethouders, schepen geheel of gedeeltelijk met gassen te behandelen of te doen behandelen. Bij het aanvragen van de toestemming dient tevens de naam en de samenstelling van het te gebruiken gas te worden opgegeven.