Sla menu over en ga naar de inhoud

gemeente Langedijk - Verordening Subsidiering Godsdienst- en Le...

Langedijk. Ondernemend samenleven.
-

Verordening Subsidiering Godsdienst- en Levensbeschouwelijk onderwijsLeesVoor

Deze verordening regelt de subsidiëring voor het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan leerlingen van groep vijf, zes, zeven of acht van het openbaar basisonderwijs in de gemeente Langedijk.
Overheidsorganisatie: gemeente Langedijk
Officiële naam van de regeling: Verordening Subsidiering Godsdienst- en Levensbeschouwelijk onderwijs
Citeertitel: Verordening Subsidiëring Godsdienst- en Levensbeschouwelijk onderwijs
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld):  
Besloten door: gemeenteraad
Onderwerp: onderwijs

Opmerking m.b.t. de regeling:

Deze regeling vervangt de Verordening "Subsidiëring Godsdienst- en Levensbeschouwelijk onderwijs", vastgesteld d.d. 06-12-2005

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd:

Overige wetgeving

  • Onbekend.

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving):

  • Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftOntstaansbron / Inwerkingtreding: Datum ondertekening; bron bekendmakingKenmerk voorstel
26-02-200901-01-2009nieuwe regeling23-09-2009
Gemeenteblad,
 2009, 259


R23092009GB259

Verordening Subsidiering Godsdienst- en Levensbeschouwelijk onderwijs+
Naar boven
Aanhef. Verordening Subsidiering Godsdienst- en Levensbeschouwelijk onderwijs
De raad van de gemeente Langedijk;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouder van 1 juli 2008, nummer 53;

gelet op het bepaalde in nader vast te stellen gewijzigde Verordening subsidiëring Godsdienst en Levensbeschouwelijk Onderwijs;

besluit:

- het jaarlijks budget vast te stellen op maximaal € 25.250,-- met een onderverdeling per onderwijsrichting en uitgaande van een schoolbijdrage van 50%;
- aan de schoolbesturen mee te delen dat als uitgangspunt wordt gehanteerd dat er maximaal 1 les per groep per schoolweek wordt gesubsidieerd en na het volgend schooljaar het aantal leerlingen per groep gelijk gesteld wordt met de eigen schoolgroepsgrootte.
Naar boven
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. godsdienstonderwijs:
het onderricht in Bijbelkennis, Bijbelse geschiedenis, godsdienstgeschiedenis en cultuurgeschiedenis van het Christendom;
b. levensbeschouwelijk vormingsonderwijs:
een niet op godsdienstige grondslag gebaseerde geestelijke vorming, waarmee wordt beoogd de leerlingen met respect voor andere opvattingen, geloofs- en levensovertuigingen in aanraking te brengen met vragen over mens en wereld, Bijbelse openbaring en menselijke vermogens, vrijheden en verantwoordelijkheden.
Naar boven
Artikel 2. Subsidie voor godsdienst- of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs
Aan kerkelijke gemeenten, kerken en verenigingen, als bedoeld in artikel 51 van de Wet op het Primair Onderwijs, alsmede aan genootschappen op niet-kerkelijke grondslag, wordt op aanvraag ten laste van de gemeente Langedijk een subsidie toegekend in de kosten, verbonden aan het doen geven van godsdienst- of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan leerlingen van de scholen voor Primair Onderwijs in de gemeente Langedijk, zulks met inachtneming van het bepaalde in deze Verordening
Naar boven
Artikel 3. Berekening subsidie op basis van salaris en subsidieplafond
De subsidie wordt berekend naar het wettelijke salaris, waarop de godsdienst- of levensbeschouwelijke vormingsleraar aanspraak zou hebben gemaakt indien hij/zij als leerkracht in het Primair Onderwijs, benoemd in een normbetrekking, bezoldigd naar schaal LA, regel 1, in dienst van het Bevoegd Gezag was geweest en naar het wekelijkse aantal gegeven lesuren godsdienst- of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.
Het jaarlijks beschikbare budget voor subsidieverlening bedraagt € 25.250.= per kalenderjaar, ingaande
1 januari 2009.
Naar boven
Artikel 4. Voorwaarden voor subsidietoekenning.
Om voor toekenning van subsidie in aanmerking te komen, dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:
a. het godsdienst- of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs wordt maximaal één roosterlesuur per week gegeven per groep 7 en 8 voor de scholen voor Primair Onderwijs; het aantal leerlingen per groep waaraan les wordt gegeven wordt gelijkgesteld met de schoolgroepsgrootte;
b. de lessen worden gevolgd door tenminste 12 leerlingen of tenminste 75% van het aantal leerlingen van deze groepen;
c. de lessen worden gegeven door personen die verbonden zijn aan de in artikel 2 bedoelde instellingen en naar het oordeel van burgemeester en wethouders de bevoegdheid bezitten, welke voor het geven van godsdienst- of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs nodig is;
d. de lessen worden uitsluitend bezocht door leerlingen van wie de ouders, voogden of verzorgers er geen bezwaar tegen maken, dat hun kind godsdienst- of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs ontvangt.
Naar boven
Artikel 5. Declaratie subsidie
1. Een declaratie van de subsidie dient binnen 4 weken na afloop van het kwartaal waarop de aanvraag betrekking heeft, te worden ingediend bij Burgemeester en Wethouders, onder opgave van:
a. de naam en bevoegdheden van degenen, die met het geven van godsdienst- of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs belast zijn geweest in het kwartaal waarop de aanvraag betrekking heeft;
b. voor elke school afzonderlijk het aantal lesuren gedurende welk dit onderwijs werd gegeven;
c. de groepen, waarin deze lessen werden gegeven;
d. de dagen en uren, gedurende welke deze lessen werden gegeven;
e. de aantallen leerlingen, die per klas de lessen hebben bijgewoond.
2. Deze opgave wordt voor inzending door de directeur van de desbetreffende school voor akkoord getekend.
Naar boven
Artikel 6. Vaststelling subsidie.
1. Na ontvangst en akkoordbevinding van de in artikel 5 bedoelde bescheiden, stellen Burgemeester en Wethouders de subsidie vast met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.
2. Burgemeester en Wethouders kunnen op verzoek een voorschot op de subsidie verlenen.
Naar boven
Artikel 7. Nadere regels
Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen in het belang van een goede uitvoering van de in deze Verordening geregelde onderwerpen.
Naar boven
Artikel 8. Onvoorziene gevallen
In gevallen waarin deze Verordening niet voorziet beslissen Burgemeester en Wethouders.
Naar boven
Artikel 9. Inwerkingtreding
De gewijzigde Verordening treedt in werking per 1 januari 2009 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening zoals deze was vastgesteld door de raad op 6 december 2005.
Naar boven
Ondertekening.
Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Langedijk in zijn openbare
vergadering van 23 september 2008.