Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder:
a. eenpersoonshuishouden
een alleenwonende alleenstaande van 18 jaar of ouder, die een zelfstandige woning bewoont;
b. meerpersoonshuishouden
een gezin als bedoeld in de Algemene bijstandswet, dat een zelfstandige woning bewoont en waarvan de hoofdbewoner 18 jaar of ouder is;
c. huishouden
een eenpersoonshuishouden als bedoeld onder a dan wel een meerpersoons-huishouden als bedoeld onder b;
d. laag inkomen
het norminkomen, ongeacht de inkomensbron, afgeleid van de voor het huishouden van toepassing zijnde bijstandsnorm en gemeentelijke toeslag, inclusief een vakantietoelage van 5,2% en het maximale bedrag van vrijlating, genoemd in artikel 43, lid 2 sub l van de Algemene bijstandswet;
e. huishoudeninkomen
het door de werkgever(s) of uitkeringsinstantie(s) opgegeven netto-inkomen van alle leden van het huishouden, die de zelfstandige woning in gebruik bewonen, inclusief een vakantietoelage van 5,2% en winst uit kostgeld, onder- en verhuur. Buiten beschouwing worden gelaten de inkomsten van leden van het huishouden, die jonger zijn dan 18 jaar tot een maximumbedrag van de voor een thuisinwonende van 18 tot 21 jaar van toepassing zijnde bijstandsnorm, de kinderbijslag, vergoedingen voor studiekosten en huursubsidie;
f. meerinkomen
het verschil tussen het huishoudeninkomen en het laag inkomen, voorzover het huishoudeninkomen hoger is dan het laag inkomen;
g. zelfstandige woning
een huur- of koopwoning, welke een eigen toegang heeft en waarin de wezenlijke voorzieningen, zoals was- en kookgelegenheid en een toilet, niet met de bewoners van andere ruimten hoeven te worden gedeeld;
h. vermogen
alle bezittingen zoals gedefinieerd in de Wet op de Vermogensbelasting 1964 minus schulden, van alle leden van het huishouden, waarbij onder schulden wordt verstaan de uitgaven die ten tijde van de besteding noodzakelijk en onontkoombaar waren en waarvoor het inkomen ontoereikend was om door reservering vooraf of achteraf hierin te voorzien;
i. referteperiode
de periode, waarover het huishoudeninkomen wordt vergeleken met het laag inkomen, afhankelijk van de voorziening;
j. peildatum
de datum waarop de aanvraag door de gemeente is ontvangen;
k. schoolverklaring
een verklaring van de onderwijsinstelling, waaruit blijkt dat het kind daar daadwerkelijk voortgezet onderwijs volgt.