Sla menu over en ga naar de inhoud

gemeente Langedijk - Verordening Wet Inburgering gemeente Lange...

Langedijk. Ondernemend samenleven.
-

Verordening Wet Inburgering gemeente LangedijkLeesVoor

De verordening Wet Inburgering gemeente Langedijk regelt de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen, het aanbieden van inburgeringvoorzieningen en het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete.
Overheidsorganisatie: gemeente Langedijk
Officiële naam van de regeling: Verordening Wet Inburgering gemeente Langedijk
Citeertitel: Verordening Wet Inburgering gemeente Langedijk
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld):  
Besloten door: gemeenteraad
Onderwerp: maatschappelijke zorg en welzijn

Opmerking m.b.t. de regeling:

Art. 13 bevat overgangsbepalingen. De regeling treedt in werking op 1-4-2007

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd:

Nationale wetgeving

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving):

  • Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftOntstaansbron / Inwerkingtreding: Datum ondertekening; bron bekendmakingKenmerk voorstel
06-05-201001-04-2007nieuwe regeling04-04-2007
Gemeenteblad,
2010, 288


R04042007GB288

Verordening Wet Inburgering gemeente Langedijk+
Naar boven
Aanhef. Verordening Wet Inburgering gemeente Langedijk
De raad van de gemeente Langedijk;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 maart 2007, nummer 29;

gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35 van de Wet Inburgering;

overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld, alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd;

B E S L U I T

- artikel 3, 6, 9 en 14 van de Afstemmingsverordening Langedijk, zoals laatstelijk vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 4 januari 2005, in te trekken;
- en vast te stellen de hierna volgende
Naar boven
Paragraaf 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN INFORMATIEVERSTREKKING
 
Naar boven
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1. In deze verordening wordt verstaan onder:
a. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Langedijk;
b. de wet: de Wet inburgering;
2. De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende regelingen zijn van
toepassing op de begrippen die in deze verordening worden gebruikt.
Naar boven
Artikel 2. De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen
1. Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot inburgeringvoorzieningen.
2. Het college richt ten behoeve van de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen in ieder geval een gemeentelijk informatiepunt in.
3. Het college zal inburgeraars actief benaderen met informatie over de wet en daarmee samenhangende aspecten.
4. Het college beoordeelt tenminste eens in de twee jaren de doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad.
Naar boven
Paragraaf 2. DOELGROEPEN EN SAMENSTELLING VAN DE INBURGERINGSVOORZIENING
 
Naar boven
Artikel 3. Aanwijzen van de doelgroepen
Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan aanbieden op basis van de volgende criteria:
a. Arbeidsperspectief;
b. Maatschappelijke participatie;
c. Sociale redzaamheid;
d. Opvoedingstaak.
Naar boven
Artikel 4. De samenstelling van de inburgeringsvoorziening
1. Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.
2. Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt
aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening op de
voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd.
3. Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, aanvullende
onderdelen bevatten zoals voortgangsgesprekken, een stageperiode en trajectbegeleiding.
Naar boven
Artikel 5. De inning van de eigen bijdrage
1. De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt in ten hoogste
zes (6) termijnen betaald.
2. Het college legt in de beschikking tot toekenning van een inburgeringsvoorziening de
termijnen van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de
algemene bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd.
3. Indien er sprake is van een gecombineerd, dan wel volgtijdelijk re-integratie- en inburgeringstraject, waarop de bepalingen van de re-integratieverordening van toepassing is, dan kan het college aan de inburgeringsplichtige een premie ter hoogte van de eigen bijdrage verstrekken.
Naar boven
Artikel 6. Opleggen van verplichtingen
Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer van de volgende verplichtingen opleggen:
a. het deelnemen aan de aangeboden en geaccepteerde inburgeringcursus;
b. het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;
c. het deelnemen aan voortgangsgesprekken;
d. voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op een tijdstip dat door
het college wordt bepaald;
e. het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante omstandigheden niet aan
de verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan;
Naar boven
Paragraaf 3. HET AANBOD VAN EEN INBURGERINGSVOORZIENING
 
Naar boven
Artikel 7. De procedure van het doen van een aanbod
1. Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven.
2. In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die aan de inburgeringsvoorziening worden verbonden.
3. De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt binnen 2 weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.
4. Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het college binnen 4 weken na ontvangst van deze mededeling het besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening, overeenkomstig het gedane aanbod.
Naar boven
Artikel 8. De inhoud van de beschikking
Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in ieder geval:
a. een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;
b. een opgave van de rechten en verplichtingen van de inburgeringsplichtige;
c. de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn behaald;
d. de termijnen en wijze van betaling; en
e. ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving van de
inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet, aanvangt.
Naar boven
Paragraaf 4. DE BESTUURLIJKE BOETE
 
Naar boven
Artikel 9. De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
1. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 10% van de bijstandsnorm per maand die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn, indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is, geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet. Het bedrag van de bestuurlijke boete kan niet hoger zijn dan het maximale bedrag zoals genoemd in artikel 34 onder a van de wet.
2. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 10% van de bijstandsnorm per maand die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn, indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening. Het bedrag van de bestuurlijke boete kan niet hoger zijn dan het maximale bedrag zoals genoemd in artikel 34 onder b van de wet.
3. De bestuurlijke boete bedraagt € 500,= indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
4. Als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, wordt geen bestuurlijke boete opgelegd.
Naar boven
Artikel 10. Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding
1. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, bedraagt
ten hoogste 10% van de bijstandsnorm per maand die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn, indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
2. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, bedraagt
ten hoogste 20% van de bijstandsnorm per maand die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin va de Wet werk en bijstand zou zijn, indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
3. De bestuurlijke boete bedraagt € 1.000,= indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
4. De bestuurlijke boete bedraagt € 1.000,= indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
Naar boven
Paragraaf 5. SLOTBEPALINGEN
 
Naar boven
Artikel 11. Voorziening door college
Het college beslist in gevallen waarin deze verordening niet voorziet.
Naar boven
Artikel 12. Citeerartikel en inwerkingtreding
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet Inburgering gemeente Langedijk.
Zij treedt in werking op 1 april 2007.
Naar boven
Artikel 13. Overgangsregeling
Het college legt een boete naar aanleiding van een gedraging van vóór 1 april 2007 op, op grond van de Afstemmingsverordening Langedijk. Een boete naar aanleiding van een gedraging vanaf 1 april 2007 wordt door het college opgelegd op grond van de Verordening Wet Inburgering 2007.
Bezwaarschriften die zijn ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van de Verordening Wet Inburgering 2007 worden beoordeeld aan de hand van de Afstemmingsverordening Langedijk, tenzij de nieuwe verordening gunstiger is.
 
Naar boven
Ondertekening.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Langedijk in zijn openbare vergadering van 4 april 2007.

De voorzitter,


drs. J.F.N. Cornelisse

De griffier,


mr. H.U. van der Zee