| Overheidsorganisatie: | gemeente Langedijk |
|---|---|
| Officiële naam van de regeling: | Algemene Subsidieverordening gemeente Langedijk 2009 |
| Citeertitel: | Algemene Subsidieverordening gemeente Langedijk (2009) |
| Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld): | |
| Besloten door: | gemeenteraad |
| Onderwerp: | maatschappelijke zorg en welzijn |
Overige wetgeving
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht t/m | Betreft | Ontstaansbron / Inwerkingtreding: Datum ondertekening; bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
| 11-03-2010 | nieuwe regeling | 12-01-2010 Gemeenteblad,
2010, 286 |
R12012010GB286 |
| Algemene Subsidieverordening gemeente Langedijk 2009 | + |
1. Het college maakt vóór 1 januari voorafgaand aan de indieningsdatum voor de nieuwe subsidieperiode de beleidsdoelen en speerpunten bekend. Het college maakt bovendien de duur van de nieuwe subsidieperiode bekend.
2. Een aanvraag voor een prestatiesubsidie wordt vóór 1 juli van het jaar voorafgaande aan de subsidieperiode bij het college ingediend. Een aanvraag voor een prestatiesubsidie wordt vóór 1 juli van het jaar voorafgaande aan de subsidieperiode bij het college ingediend.
3. In afwijking van het tweede lid dient de aanvraag vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan de subsidieperiode te geschieden, wanneer er sprake is van:
a. de subsidieontvanger waarvan er zich nieuwe maatschappelijke vraagstukken op zijn werkterrein voordoen, die een mogelijke herschikking dan wel aanvullende financiële middelen verlangen;
b. nieuwe subsidieaanvragen.
4. Bij de indiening van de aanvraag worden in ieder geval overgelegd:
a. een op de subsidieperiode afgestemd activiteitenplan, dat inzicht biedt in de producten en prestaties waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de mate waarin die producten en prestaties bijdragen aan de realisatie van gemeentelijke beleidsdoelstellingen;
b. een op de subsidieperiode afgestemde begroting, waarin alle kosten en opbrengsten aan de producten en prestaties zijn toegerekend;
c. een balans en een staat van baten en lasten en een toelichting daarop van het voorgaande jaar. De staat van baten en lasten maakt een onderscheid tussen de gemeentelijke baten en lasten en overige baten en lasten en geeft inzicht in de gehanteerde kostenverdeelsystematiek. En;
d. een opgave van de met de instelling gelieerde rechtspersonen, de vermogenspositie van die rechtspersonen en de aard van de betrekking met die rechtspersonen.
5. Bij een eerste aanvraag worden in ieder geval ook overgelegd:
a. een afschrift van de statuten van de instelling;
b. een beschrijving van de organisatievorm voor zover deze niet reeds in de statuten is vervat en;
c. een opgave van de bestuurssamenstelling;
6. Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel genoemde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd.
7. Het college kan met betrekking tot de in te dienen bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.
1. De subsidieontvanger dient vóór 1 juli van het jaar volgend op de subsidieperiode een aanvraag tot subsidievaststelling in.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. een verslag over de afgelopen subsidieperiode. Dit verslag bevat in ieder geval een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen, producten en prestaties en een toelichting op de verschillen;
b. een overzicht van de aan de producten en prestaties verbonden uitgaven en inkomsten;
c. een samenstellingsverklaring van het bestuur of van een accountant aangaande de rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, mits het college de subsidieontvanger bij subsidieverlening daartoe heeft verplicht.
d. het overleggen van een accountantsverklaring bij de aanvraag tot subsidievaststelling is verplicht bij subsidieverlening vanaf € 50.000,-; en
e. een balans naar de toestand aan het einde van het afgelopen jaar met een toelichting daarop.
1. Het college maakt vóór 1 januari voorafgaand aan de indieningsdatum voor het nieuwe subsidiejaar de beleidsdoelen en speerpunten bekend.
2. Een aanvraag voor een exploitatiesubsidie wordt vóór 1 juli van het jaar voorafgaande aan de subsidieperiode bij het college ingediend. Een aanvraag voor een prestatiesubsidie wordt vóór 1 juli van het jaar voorafgaande aan de subsidieperiode bij het college ingediend.
3. In afwijking van het tweede lid dient de aanvraag vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan de subsidieperiode te geschieden, wanneer er sprake is van:
a. de subsidieontvanger waarvan er zich nieuwe maatschappelijke vraagstukken op
zijn werkterrein voordoen, die een mogelijke herschikking dan wel aanvullende
financiële middelen verlangen;
b. nieuwe subsidieaanvragen.
4. Bij de indiening van de aanvraag worden in ieder geval overgelegd:
a. een activiteitenplan, dat inzicht biedt in de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de mate waarin die activiteiten bijdragen aan de realisatie van gemeentelijke beleidsdoelstellingen;
b. een begroting per activiteit of cluster van activiteiten, waarbij alle kosten en opbrengsten aan de activiteit of cluster van activiteiten zijn toegerekend;
c. een balans en een staat van baten en lasten en een toelichting daarop van het voorgaande jaar en;
d. een opgave van de met de instelling gelieerde rechtspersonen, de vermogenspositie van die rechtspersonen en de aard van de betrekking met die rechtspersonen.
5. Bij een eerste aanvraag worden in ieder geval ook overgelegd:
a. een afschrift van de statuten van de instelling;
b. een beschrijving van de organisatievorm voor zover deze niet reeds in de statuten is vervat en;
c. een opgave van de bestuurssamenstelling.
6. Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel genoemde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd.
7. Het college kan met betrekking tot de in te dienen bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.
Het college kan voor de uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst afsluiten, zoals bedoeld in artikel 4:36 van de Awb.
Het college stelt de subsidie vast binnen dertien weken na ontvangst van alle onder artikel 23 lid 2 genoemde stukken.
1. Een aanvraag voor een waarderingssubsidie wordt vóór 1 juli van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft bij het college ingediend.
2. Een aanvraag voor een waarderingssubsidie wordt vóór 1 juli van het jaar voorafgaande aan de subsidieperiode bij het college ingediend. Een aanvraag voor een prestatiesubsidie wordt vóór 1 juli van het jaar voorafgaande aan de subsidieperiode bij het college ingediend.
3. In afwijking van het tweede lid dient de aanvraag vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan de subsidieperiode te geschieden, wanneer er sprake is van:
a. de subsidieontvanger waarvan er zich nieuwe maatschappelijke vraagstukken op zijn
werkterrein voordoen, die een mogelijke herschikking dan wel aanvullende financiële
middelen verlangen;
b. nieuwe subsidieaanvragen.
4. Het college bepaalt welke gegevens zij nodig heeft voor het beoordelen van de aanvraag en stelt voor dat doel een aanvraagformulier beschikbaar.
5. Bij een eerste aanvraag worden in ieder geval overgelegd:
a. een afschrift van de statuten van de instelling;
b. een beschrijving van de organisatievorm voor zover deze niet reeds in de statuten is vervat;
c. een opgave van de bestuurssamenstelling en;
d. een opgave van de met de instelling gelieerde rechtspersonen, de vermogenspositie van die rechtspersonen en de aard van de betrekking met die rechtspersonen.
1. Het college maakt uiterlijk op 31 december voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft zijn besluit op de aanvraag bekend.
2. Het college honoreert een aanvraag om een waarderingssubsidie in de vorm van een directe subsidievaststelling, bij subsidieverlening van € 250,- tot € 10.000,-.
3. Het college honoreert een aanvraag tot subsidievaststelling van een waarderingssubsidie bij subsidieverlening vanaf € 10.000,- volgens artikel 14.
4. Bij de toetsing van de aanvraag houdt het college er rekening mee in hoeverre een instelling op andere wijze de beschikking heeft dan wel kan krijgen over de voor haar activiteiten benodigde geldmiddelen.
5. Het college verstrekt de subsidie voor maximaal vier opeenvolgende boekjaren.
6. Als de subsidie voor meer dan één boekjaar wordt verstrekt geeft het college in de beschikking aan op welk bedrag de subsidieontvanger per jaar aanspraak kan maken, of op welke wijze het subsidiebedrag per jaar wordt bepaald.
1. De instelling dient vóór 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar een aanvraag tot subsidievaststelling in.
2. De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:
a. een verslag over het afgelopen subsidiejaar. Dit verslag bevat in ieder geval een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en activiteiten en een toelichting op de verschillen;
b. een overzicht van de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten en;
c. een samenstellingsverklaring van het bestuur of van een accountant aangaande de rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, mits het college de subsidieontvanger bij subsidieverlening daartoe heeft verplicht.
d. het overleggen van een accountantsverklaring bij de aanvraag tot subsidievaststelling is verplicht bij subsidieverlening vanaf € 50.000,- .
Het college stelt de subsidie vast binnen dertien weken na ontvangst van alle onder artikel 29 lid 2 genoemde stukken.
1. Het college beslist op een aanvraag voor investeringssubsidie binnen dertien weken na ontvangst van alle onder artikel 31 lid 3, 4 en 5 genoemde stukken.
2. Bij de toetsing van de aanvraag houdt het college er rekening mee in hoeverre een instelling op andere wijze de beschikking heeft, dan wel kan krijgen over de voor haar activiteiten benodigde geldmiddelen.
3. Het college geeft in de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval aan:
a. welk bedrag ten hoogste voor de investering beschikbaar wordt gesteld, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald en;
b. voor welke investering het bedrag is bedoeld;
Het college stelt de subsidie vast binnen dertien weken na ontvangst van alle onder artikel 33 lid 2 en 3 genoemde stukken.
1. Het college neemt binnen dertien weken na ontvangst van alle onder artikel 35 lid 2 genoemde stukken.
2. Bij de toetsing van de aanvraag houdt het college er rekening mee of en in hoeverre een instelling op andere wijze de beschikking heeft dan wel kan krijgen over de voor haar project benodigde geldmiddelen.
Het college stelt de subsidie vast binnen dertien weken na ontvangst van alle onder artikel 38 lid 2 en 3 genoemde stukken.
1. De Algemene subsidieverordening gemeente Langedijk van 2008 wordt ingetrokken.
2. De volgende regelingen worden eveneens ingetrokken:
- beleidslijn incidentele subsidies
- deelverordening amateurkunst;
- deelverordening culturele centra;
- deelverordening gevarieerde dorpsactiviteiten;
- deelverordening ouderenbonden;
- deelverordening activiteitencentra voor ouderen;
- deelverordening gehandicaptenzorg;
- deelverordening cultuur- en natuurhistorie;
- deelverordening vorming- en ontwikkelingswerk;
- deelverordening regionaal werkzame instellingen;
- deelverordening sportverenigingen;
- deelverordening jeugd- en jongerenwerk;
- deelverordening recreatieve voorzieningen;
- deelverordening gezondheidszorg;
- contributie- en donatielijst;
- deelverordening verkeersveiligheidsdienst;
- deelverordening jubileumsubsidies.