Sla menu over en ga naar de inhoud

gemeente Langedijk - Verordening op de heffing en de invorderin...

Langedijk. Ondernemend samenleven.
-

Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2012LeesVoor

Overheidsorganisatie: gemeente Langedijk
Officiële naam van de regeling: Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2012
Citeertitel: Verordening hondenbelasting 2012
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld):  
Besloten door: gemeenteraad
Onderwerp: financiën en economie

Opmerking m.b.t. de regeling:

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd:

Nationale wetgeving

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving):

  • Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftOntstaansbron / Inwerkingtreding: Datum ondertekening; bron bekendmakingKenmerk voorstel
29-12-2011nieuwe regeling20-12-2011
Gemeenteblad,


28-12-2011 GB 336




R20122011GB336


Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2012+
Naar boven
Aanhef.

De raad van de gemeente Langedijk;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 november 2011, nummer 81;

gelet op artikel 226 van de Gemeentewet;


b e s l u i t :


vast te stellen de:


VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN HONDENBELASTING 2012

Naar boven
Artikel 1. Belastbaar feit

Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting bedoeld ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente.

Naar boven
Artikel 2. Belastingplicht

1. Belastingplichtig is de houder van een hond.
2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.
3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

Naar boven
Artikel 3. Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:
a. die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden;
b. die opgeleid worden tot aspirant-geleidehond in opdracht van de stichting Koninklijk Nederlands Geleidehonden Fonds;
c. die door ambtenaren van politie worden gehouden, ter verrichting van opsporings-diensten;
d. die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit;
e. die uitsluitend ter verkoop in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welke inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit;
f. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden;
g. die door de ‘Stichting sociale honden voor gehandicapten Nederland’ als gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld.

Naar boven
Artikel 4. Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.

Naar boven
Artikel 5. Belastingtarief

1. De belasting bedraagt per belastingjaar:
a. voor een eerste hond € 42,50;
b. voor een tweede hond € 61,00;
c. voor iedere hond boven het aantal van twee € 82,00.
2. In afwijking in zoverre van de voorgaande leden bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, € 355,00 per jaar.

Naar boven
Artikel 6. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Naar boven
Artikel 7. Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven

Naar boven
Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelte als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, dan bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,50.
4. Belastingbedragen van minder dan € 4,50 worden niet geheven.

Naar boven
Artikel 9. Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, ingeval voor de betaling van de aanslagen, een machtiging voor automatische incasso is verstrekt, worden de betalingen in zeven termijnen automatisch afgeschreven. De eerste termijn wordt afgeschreven één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
Indien automatische incasso niet volgens de hiervoor vermelde termijnen kan worden gerealiseerd, dient betaling overeenkomstig het eerste lid te geschieden.
3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen minder dan € 70,-- bedraagt, moeten de aanslagen worden betaald overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid.
4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer dan € 3.000,-- bedraagt, moeten de aanslagen worden betaald overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid.
5. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.

Naar boven
Artikel 10. Nadere regels

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting.

Naar boven
Artikel 11. Kwijtschelding

1. Kwijtschelding, als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 (Stb.221), is slechts mogelijk voor de eerste hond.
2. Geen kwijtschelding wordt verleend voor aanslagen betrekking hebbend op kennels.

Naar boven
Artikel 12. Overgangsrecht

De “Verordening hondenbelasting 2011” van 14 december 2010 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Naar boven
Artikel 13. Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.

Naar boven
Artikel 14. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening hondenbelasting 2012”

Naar boven
Ondertekening.

Aldus vastgesteld door de raad van de
gemeente Langedijk in zijn openbare
vergadering van 20 december 2011.

De voorzitter,


drs. J.F.N. Cornelisse

De griffier,


J. van den Bogaerde