Sla menu over en ga naar de inhoud

gemeente Langedijk - verordening op de heffing en de invorderin...

Langedijk. Ondernemend samenleven.
-

verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2012LeesVoor

Overheidsorganisatie: gemeente Langedijk
Officiële naam van de regeling: verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2012
Citeertitel: Verordening reinigingsheffingen 2012
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld):  
Besloten door: gemeenteraad
Onderwerp: financiën en economie

Opmerking m.b.t. de regeling:

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd:

Nationale wetgeving

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving):

  • Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftOntstaansbron / Inwerkingtreding: Datum ondertekening; bron bekendmakingKenmerk voorstel
29-12-2011nieuwe regeling20-12-2011
Gemeenteblad,


28-12-2011 GB 333




R 20122011GB333


verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2012+
Naar boven
Aanhef. Verordening reinigingsheffingen 2012

De raad van de gemeente Langedijk;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 november 2011, nummer 81;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

 

 

b e s l u i t :

 

 

vast te stellen de:

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFEN-HEFFING EN REINIGINGSRECHTEN 2012 (VERORDENING REINIGINGSHEFFINGEN)

Naar boven
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Naar boven
Artikel 1. Inleidende bepaling

 

Krachtens deze verordening worden geheven:

  1. een afvalstoffenheffing;
  2. reinigingsrechten.
Naar boven
Artikel 2. Begripsomschrijvingen

 

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  1. “gebruik maken” in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;
  2. grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.
Naar boven
Hoofdstuk II. Afvalstoffenheffing
Naar boven
Artikel 3. Aard van de belasting en belastbaar feit

 

  1. Onder de naam "Afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in het artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb.1994, 80).
  2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Naar boven
Artikel 4. Belastingplicht

 

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Naar boven
Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief

 

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Naar boven
Artikel 6. Belastingjaar

 

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar

Naar boven
Artikel 7. Wijze van heffing

 

  1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.
  2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Naar boven
Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

 

  1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
  2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
  3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
  4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
  5. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
Naar boven
Artikel 9. Termijnen van Betaling

 

  1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen opgelegd op grond van artikel 7, eerste lid, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
  2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, ingeval voor de betaling van de aanslagen, een machtiging voor automatische incasso is verstrekt, worden de betalingen in zeven termijnen automatisch afgeschreven. De eerste termijn wordt afgeschreven één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

Indien automatische incasso niet volgens de hiervoor vermelde termijnen kan worden gerealiseerd, dient betaling overeenkomstig het eerste lid te geschieden.

  1. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen minder dan € 70,-- bedraagt, moeten de aanslagen worden betaald overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid.

4.   In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer dan € 3.000,-- bedraagt, moeten de aanslagen worden betaald overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid.

  1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de op grond van artikel 7, tweede lid, verschuldigde belasting moet worden betaald op het moment van het uitreiken van de kennisgeving.
  2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.
Naar boven
Artikel 10. Kwijtschelding

 

Bij de invordering van de belastingen bedoeld in hoofdstuk 1.1.3.1, 1.1.3.2 en hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geen kwijtschelding, als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingwet 1990 (Stb.221), verleend.

Naar boven
Hoofdstuk III. REINIGINGSRECHTEN
Naar boven
Artikel 11. Belastbaar feit

 

Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Naar boven
Artikel 12. Belastingplicht

 

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Naar boven
Artikel 13. Maatstaf van heffing en belastingtarief

 

De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Naar boven
Artikel 14. Belastingjaar

 

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Naar boven
Artikel 15. Wijze van heffing

 

  1. De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.
Naar boven
Artikel 16. Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang

 

  1. De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
  2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
  3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
  4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.
Naar boven
Artikel 17. Termijnen van betaling

 

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten:

  1. de op grond van artikel 15, eerste lid, verschuldigde rechten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later;
  2. de Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Naar boven
Artikel 18. Kwijtschelding

 

Bij de invordering van de reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding, als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 (Stb.221), verleend.

Naar boven
Hoofdstuk IV. AANVULLENDE BEPALINGEN
Naar boven
Artikel 19. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

 

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen.

Naar boven
Artikel 20. Overgangsrecht

 

De “Verordening reinigingsheffingen 2011” van 14 december 2010 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 21, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

 

Naar boven
Artikel 21. Inwerkingtreding

 

1.   Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2.   De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.

Naar boven
Artikel 22. Citeertitel

 

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening reinigingsheffingen 2012”.

Naar boven
Ondertekening.

Aldus vastgesteld door de raad van de

gemeente Langedijk in zijn openbare

vergadering van 20 december 2011.

 

De voorzitter,

drs. J.F.N. Cornelisse

 

De griffier,

J. van den Bogaerde

Naar boven
Bijlage. Tarieventabel

Tarieventabel

Behorende bij de "Verordening reinigingsheffingen 2012".

Naar boven
Bijlage tussenkop.

Algemeen

De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.

 

 

HOOFDSTUK 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

 

Hoofdstuk 1.1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

 

1.1.1   De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar                  €     147,--

  1. De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1 wordt,

indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien

de belastingplicht later aanvangt bij aanvang van de

belastingplicht wordt gebruikt door twee of meer

         personen, vermeerderd met                                                   €     119,--

  1. De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2

wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar

of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de

belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra (= boven hetgeen

volgens de APV aan het perceel is verstrekt):

  1. container van 240 liter, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval,

per extra container met                                                        €     119,--

  1. container van 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke

afvalstoffen, per extra container met                                       €     147,--

 

Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

 

1.2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de

        belasting voor het op aanvraag omwisselen van een

container, per keer                                                               €       11,--

 

 

HOOFDSTUK 2 Maatstaf en jaarlijks tarief reinigingsrechten

 

  1. Het recht voor het periodiek verwijderen van in mini-rolcontainers aangeboden bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid (1 grijze en/of 1 groene container) bedraagt per belastingjaar € 316,54 inclusief BTW, per bedrijfspand.

 

Behoort bij raadsbesluit van 20 december 2011

 

 

De griffier van de gemeente Langedijk,

J. van den Bogaerde