Artikel 23.
1. Zij, die wegens vakantie een markt niet kunnen bezoeken, dienen daarvan tijdig onder opgave van de duur van de vakantie, met inachtneming van het hierna onder lid 2 bepaalde, schriftelijke mededeling te doen aan de marktmeester.
2. De in artikel 15, lid 1, onder d., vervatte regeling inzake de verplichting tot een regelmatige bezetting van een toegewezen vaste plaats teneinde de verkregen rechten op de vaste plaats te behouden, alsmede de in artikel 19, onder d., vervatte regeling inzake de verplichting tot een regelmatige aanmelding op de markt teneinde de inschrijving op de in artikel 17, lid 1, bedoelde lijst gehandhaafd te doen blijven, blijft per kalenderjaar ten hoogste vier marktdagen buiten werking, indien de rechthebbende, na te hebben voldaan aan het onder lid 1 genoemde voorschrift, wegens vakantie afwezig is.
3. De rechthebbenden als hierboven bedoeld kunnen op buitenwerkingstelllng van de onder lid 2 aangeduide regelingen alleen dan aanspraak maken, indien zij op de marktdag, voorafgaande aan hun afwezigheid wegens vakantie de hun toegewezen vaste plaats hebben bezet dan wel als op de in artikel 17, lid 1, bedoelde lijst ingeschreven gegadigden een plaats hebben toegewezen gekregen of blijkens hun aanmelding bij de dienstdoende marktmeester getracht hebben een plaats te verkrijgen.
4. De rechthebbenden als bedoeld onder lid 2 hebben voorts, tot behoud van hun eerder omschreven rechten, de verplichting op de eerste marktdag, volgend op die, waarop zij - binnen het onder lid 2 gestelde maximum aantal marktdagen - wegens vakantie afwezig waren, hun vaste plaats weder in te nemen dan wel zich weder ter markt te melden teneinde te trachten een opengebleven marktplaats toegewezen te krijgen.