Artikel 1.4.1. Wijze van toekenning
De gemeente verstrekt een waarderingssubsidie (zonder sturing op de aard en omvang van de activiteiten) aan de subsidieontvangende vereniging/instelling in de vorm van een vast bedrag3. Dit is een vast bedrag voor de periode 2011 – 2015 op basis van het verleende en vastgestelde subsidiebedrag 2010. De genoemde bedragen betreffen jaarlijkse bijdragen, die de gemeente elk jaar indexeert met het inflatiecorrectiecijfer op basis van de jaarlijkse kaderbrief van gemeente Langedijk. In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van alle verenigingen en instellingen met waarderingssubsidies in 2010, inclusief bedragen . Deze bijlage dient als referentiekader voor subsidieverstrekking voor subsidiejaar 2011 tot en met 2015. Let wel: de bijlage is geen statisch, maar een dynamisch document. Verenigingen/instellingen kunnen alleen op basis van een subsidieaanvraag in aanmerking komen voor subsidie. De samenstelling van de lijst kan daarmee veranderen, omdat er verenigingen/instellingen afvallen of bijkomen.
Voor nieuwe aanvragen4 kan niet worden gerefereerd naar subsidiejaar 2010, omdat daarvan nog geen bedragen bestaan. Hiervoor worden de grondslagen en wijze van berekening gehanteerd, afkomstig uit de ‘beleidsregels subsidie, diverse sectoren’. Het gaat om de artikelen 4 van de hierin opgenomen beleidsregels5 die gehandhaafd blijven, met uitzondering van de beleidsregel ‘Regionaal werkzame instellingen’ en de beleidsregel ‘Recreatieve jeugdvoorzieningen’, waarvoor respectievelijk artikel 2 en 3 blijven gehandhaafd. Dit geldt in beginsel voor subsidiejaar 2011, met het streven om voor subsidiejaar 2012 nieuwe grondslagen voor nieuwe aanvragen te hebben ontwikkeld. In ieder geval komen deze bestaande grondslagen pas te vervallen, zodra er nieuwe grondslagen zijn ontwikkeld en van toepassing kunnen worden verklaard.
Ook bij het vaststellen van subsidies binnen de lange route, geldt dat er op de verleende bedragen gekort kan worden, wanneer niet aan de toetsingscriteria (zoals beschreven in paragraaf 1.3) wordt voldaan. Voor het korten op dergelijke subsidies, blijven de grondslagen en wijze van berekening, afkomstig uit de ‘beleidsregels subsidie, diverse sectoren’ op gelijke wijze gehandhaafd als in voorgaande alinea is beschreven.
De voormalige bijdragen per jeugdlid en per lid met beperking zijn vertaald naar een vaste jaarlijkse subsidiebijdrage. De gemeente beëindigt hiermee de specifieke bijdrage per jeugdlid of lid met beperking. Het college is van mening dat verenigingen en instellingen vanuit eigen doelstellingen zich voldoende inzetten voor de participatie en de ondersteuning van de jeugd. Een gemeentelijke bijdrage per jeugdlid voegt hieraan niets toe. Daarnaast is het college ook bereid om specifieke activiteiten te waarderen, bijvoorbeeld gericht op mensen met een beperking. Verenigingen en instellingen kunnen hiervoor een onderbouwd verzoek indienen bij het college van burgemeester en wethouders.
In sommige gevallen verstrekt de gemeente een waarderingssubsidie voor bepaalde doelen of doelgroepen. Daarbij kan de gemeente een maatschappelijke tegenprestatie vragen, bijvoorbeeld de inzet van een EHBO-werkgroep tijdens een evenement. Indien van toepassing, zijn deze maatschappelijke inspanningen als subsidievoorwaarden opgenomen.
Op grond van de ASV dienen de verenigingen/instellingen ter verantwoording van de subsidie tevens elk jaar een inhoudelijk verslag (korte route)/verantwoording (lange route) te overleggen. In dit verslag of in deze verantwoording dienen de relevante/extreme verschillen te zijn opgenomen ten opzichte van het voorafgaande jaar (jaar x-1) met betrekking tot:
- ledenaantal
- activiteiten
- bestuurssamenstelling
- financieel resultaat en eigen vermogen
- relevante gebeurtenissen aangaande de bedrijfsvoering.
3 De bedragen in bijlage 4 zijn vermeld onder voorbehoud van typefouten. Aan de in de bijlage genoemde bedragen kunnen derhalve geen rechten worden ontleend.
4 Onder nieuwe aanvragen wordt verstaan: alle aanvragen van instellingen die in subsidiejaar 2010 geen subsidie hebben ontvangen en waarvan dus een referentiekader ontbreekt.
5 Te weten: amateurkunst, culturele centra, gevarieerde dorpsactiviteiten, ouderenbonden, activiteitencentra voor ouderen, gehandicaptenwerk, cultuur- en natuurhistorie, vormings- en ontwikkelingswerk, sportverenigingen, vrijwillig jeugd- en jongerenwerk, ehbo-werk, verkeersveiligheidswerk.