Sla menu over en ga naar de inhoud

gemeente Langedijk - Verordening rechtspositie wethouders, raad...

Langedijk. Ondernemend samenleven.
-

Verordening rechtspositie wethouders, raads- en burgerraadsleden gemeente LangedijkLeesVoor

In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van wethouders, raadsleden en leden van gemeentelijke forums. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en genoemde rechtspositiebesluiten.
Overheidsorganisatie: gemeente Langedijk
Officiële naam van de regeling: Verordening rechtspositie wethouders, raads- en burgerraadsleden gemeente Langedijk
Citeertitel: Verordening rechtspositie wethouders, raads- en burgerraadsleden gemeente Langedijk
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld):  
Besloten door: gemeenteraad
Onderwerp: bestuur en recht

Opmerking m.b.t. de regeling:

Art. 36 bevat inwerkingstreding bepalingen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd:

Nationale wetgeving

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving):

  • Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftOntstaansbron / Inwerkingtreding: Datum ondertekening; bron bekendmakingKenmerk voorstel
21-05-200915-03-2006nieuwe regeling24-03-2009
Gemeenteblad,
2009, 262


R24032009GB262

Verordening rechtspositie wethouders, raads- en burgerraadsleden gemeente Langedijk+
Naar boven
Aanhef. Verordening rechtspositie wethouders, raads- en burgerraadsleden gemeente Langedijk
De raad van de gemeente Langedijk;

gelezen het voorstel van de voorzitter van het seniorenconvent van 7 mei 2008, nummer (nummer);

gelet op het bepaalde in het Rechtspositiebesluit wethouders, de Regeling rechtspositie wethouders, het Rechtspositiebesluit raads- en forumleden;

b e s l u i t :

vast te stellen de navolgende
Verordening rechtspositie wethouders, raads- en burgerraadsleden gemeente Langedijk.
Naar boven
Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen
Begripsomschrijvingen
Naar boven
Artikel 1.
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. forum: een forum als bedoeld in artikel 82 hoofdstuk V van de Gemeentewet;
b. Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243;
c. Rechtspositiebesluit raads- en forumleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;
d. Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;
e. Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;
f. Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;
g. Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181;
h. raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;
i. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;
j. gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet;
k. burgerraadslid: lid van een forum als bedoeld in artikel 82 van de gemeentewet, dat niet tevens lid van de raad is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een forum is benoemd;
l. PDA: een telefoon voorzien van Personal Computer toepassingen.
Naar boven
Hoofdstuk 2. Voorzieningen voor raadsleden
Voorzieningen voor raadsleden
Naar boven
Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden
De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en forumleden, is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 8 vastgestelde maximum.
Naar boven
Artikel 3. Onkostenvergoeding
1. De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 8, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en forumleden.
2. Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 8, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en forumleden.
Naar boven
Artikel 4. Berekening en betaling vaste vergoedingen
1. Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.
2. De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen.
Naar boven
Artikel 5. Reiskosten
1. Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.
2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:
a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;
b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders.
Naar boven
Artikel 6. Verblijfkosten
De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed.
Naar boven
Artikel 7. Cursus, congres, seminar of symposium
1. De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.
2. Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij het presidium. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap.
Naar boven
Artikel 8. Computer en internetverbinding
1. Op aanvraag, verleent het college een raadslid voor de uitoefening van het raadslidmaatschap voor een periode van drie jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde voor:
a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software of;
b. gebruik van eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.
Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van het bedrag zoals opgenomen in bijlage l.
2. Op aanvraag vergoedt het college het raadslid de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste lid genoemde computerapparatuur
3. De onbelaste vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt niet eerder verleend dan nadat het raadslid heeft aangetoond dat hij/zij de kosten heeft gemaakt en de kosten waarvoor de vergoeding wordt verleend voor meer dan 90% als zakelijk kunnen worden aangemerkt.
4. Voor het raadslid dat niet aan kan tonen dat de computer en bijbehorende apparatuur voor meer dan 90% zakelijk wordt gebruikt, wordt de vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid als belastbaar aangemerkt. 
 
Naar boven
Artikel 9. Kinderopvang
(vervallen)
Naar boven
Artikel 10. Spaarloonregeling/levensloopregeling
1. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.
2. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.
3. Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.
4. Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.
Naar boven
Artikel 10a. Fietsregeling
1. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding in gevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.
2. Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.
Naar boven
Artikel 11. Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid
De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
Naar boven
Artikel 12. Compensatie korting werkloosheidsuitkering
1. In het geval een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
2. In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
Naar boven
Artikel 13. Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad
1. Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van de waarneming.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.
Naar boven
Artikel 13a. Ziektekostenvoorziening
1. De tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering als bedoeld in artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en forumleden is gelijk aan een bedrag per jaar zoals genoemd in bijlage I.
2. In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.
3. De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in maandelijkse termijnen.
Naar boven
Artikel 13b. Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte
1. De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a blijven van toepassing op het raadslid aan wie in gevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing is.
2. De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid dat in gevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.
Naar boven
Hoofdstuk 3. Voorzieningen voor wethouders
Voorzieningen voor wethouders
Naar boven
Artikel 14. Onkostenvergoeding
 
Naar boven
Artikel 15. Reiskosten woon-werkverkeer
 
Naar boven
Artikel 16. Zakelijke reiskosten
1. Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 15 vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in artikel 15 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt.
De vergoeding betreft:
a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de reiskosten;
b. bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders;
c. een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten.
2. Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de eerste volzin is vastgesteld vindt op aanvraag saldering van de reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder plaats overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling binnenland, artikel 2a van de Reisregeling buitenland en artikel 13a van de krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde Verplaatsingskostenregeling 1989.
Naar boven
Artikel 17. Dienstauto
 
Naar boven
Artikel 18. Verblijfkosten
(vervallen)
Naar boven
Artikel 19. Buitenlandse dienstreis
1. Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed.
2. Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden.
Naar boven
Artikel 20. Cursus, congres, seminar of symposium
1. De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.
2. De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder.
Naar boven
Artikel 21. Computer en internetverbinding
1. Op aanvraag, verleent het college de wethouder voor de uitoefening van het ambt voor een periode van drie jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde voor:
a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software of;
b. gebruik van eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.
Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van het bedrag zoals opgenomen in bijlage l.
2. Op aanvraag vergoedt het college de wethouder de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste lid genoemde computerapparatuur
3. De onbelaste vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt niet eerder verleend dan nadat de wethouder heeft aangetoond dat hij/zij de kosten heeft gemaakt en de kosten waarvoor de vergoeding wordt verleend voor meer dan 90% als zakelijk kunnen worden aangemerkt.
4. Voor de wethouder die niet aan kan tonen dat de computer en bijbehorende apparatuur voor meer dan 90% zakelijk wordt gebruikt, wordt de vergoeding als bedoeld in het eerste lid als belastbaar aangemerkt.
Naar boven
Artikel 22. Mobiele telefoon of PDA
1. Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon of PDA ter beschikking gesteld.
2. Voor zover de beschikbaar gestelde mobiele telefoon of PDA voor privédoeleinden is gebruikt, vindt een verrekening van de gesprekskosten plaats.
Naar boven
Artikel 23. Spaarloonregeling/levensloopregeling
1. De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.
2. De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.
3. Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.
4. Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.
Naar boven
Artikel 23a. Fietsregeling
1. De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.
2. Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.
Naar boven
Artikel 24. Reis- en pensionkosten en verhuiskosten
De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van:
a. reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de Regeling rechtspositie wethouders;
b. verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling rechtspositie wethouders.
Naar boven
Artikel 25. Kinderopvang
(vervallen)
Naar boven
Hoofdstuk 4. Voorzieningen voor burgerraadsleden
Voorzieningen voor burgerraadsleden
Naar boven
Artikel 26. Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
1. De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een forum en haar subforums bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en forumleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 3 vastgestelde maximum.
2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een forum een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.
3. Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een forum:
a. als raadslid of wethouder;
b. uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;
c. als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de forum tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.
4. De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste 0% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van:
a. een lid van een forum die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de forum voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en
b. een lid van een forum ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
Naar boven
Artikel 27. Reis- en verblijfkosten
1. Aan het lid van een forum dat geen raadslid of wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de forum is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de forum vergoed. De vergoeding betreft:
a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;
b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders.
Naar boven
Artikel 28. Buitenlandse excursie of reis
1. De gemeenteraad kan een forum uit de gemeenteraad toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.
2. De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege de gemeente georganiseerd.
3. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente.
Naar boven
Artikel 29. Cursus, congres, seminar of symposium
1. De kosten van deelname van een forumlid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.
2. Het forumlid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij het presidium. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het forumlidmaatschap.
Naar boven
Artikel 30. Computer en internetverbinding
1. Op aanvraag, verleent het college een burgerraadslid voor de uitoefening van het burgerraadslidmaatschap voor een periode van drie jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde voor:
a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software of;
b. gebruik van eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.
Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van het bedrag zoals opgenomen in bijlage l.
2. Op aanvraag vergoedt het college het burgerraadslid de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste lid genoemde computerapparatuur
3. De onbelaste vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt niet eerder verleend dan nadat het burgerraadslid heeft aangetoond dat hij/zij de kosten heeft gemaakt en de kosten waarvoor de vergoeding wordt verleend voor meer dan 90% als zakelijk kunnen worden aangemerkt.
4. Voor het burgerraadslid dat niet aan kan tonen dat de computer en bijbehorende apparatuur voor meer dan 90% zakelijk wordt gebruikt, wordt de vergoeding als bedoeld in het eerste lid als belastbaar aangemerkt.
Naar boven
Hoofdstuk 5. De procedure van declaratie
De procedure van declaratie
Naar boven
Artikel 31. Betaling van kosten
Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door:
a. betaling uit eigen middelen; of
b. rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.
Naar boven
Artikel 32. Declaratie van vooruit betaalde kosten
1. Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 16, 19, 24 en 27 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald.
2. Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het burgerraadslid dient het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken.
Naar boven
Artikel 33. Rechtstreekse facturering bij de gemeente
1. De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16, 19, 20, 24, 28 en 29 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het (burger)raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente.
2. Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.
3. Het (burger)raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen ambtenaar.
Naar boven
Artikel 34. Gebruik creditcard
(vervallen)
Naar boven
Hoofdstuk 6. Citeertitel en inwerkingtreding
Citeertitel en inwerkingtreding
Naar boven
Artikel 35. Intrekking oude regeling
Niet van toepassing.
Naar boven
Artikel 36. Inwerkingtreding
1. Deze regeling treedt in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2008 en werkt voor wat betreft de artikelen 1 tot en met 13 en 26 tot en met 30 terug tot en met 16 maart 2006 en voor wat betreft de artikelen 16 tot en met 25 ten aanzien van de op 18 mei 2006 beëdigde wethouders terug tot en met de dag van hun beëdiging. De artikelen 31 tot en met 33 werken voor zover het betreft de leden van de raad en burgerraadsleden terug tot en met 15 maart 2006. De artikelen 31 tot en met 34 werken voor zover het de op 18 mei 2006 beëdigde wethouders betreft terug tot en met de dag van hun beëdiging.
2. Van de inwerkingtreding als bedoeld in het eerste lid is artikel 17, behoudens de huurauto, uitgesloten.
Naar boven
Artikel 37. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie wethouders, raads- en burgerraadsleden gemeente Langedijk. 
Naar boven
Ondertekening.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Langedijk in zijn openbare vergadering van (datum).

De voorzitter,


drs. J.F.N. Cornelisse


De griffier,